Van eicel tot baby, de ontwikkeling van een ongeboren kind

Elk mens ontstaat uit een bevruchte eicel (zygote) die ontstaat doordat een geslachtscel van de man samensmelt met één van de vrouw. Dit proces noem je de bevruchting of de conceptie, en vindt meestal plaats in de eileider. De vrouwelijke geslachtscel, de eicellen, worden gemaakt in de eierstokken. Deze stoten elke maand een rijp eitje uit (eisprong of ovulatie) dat wordt opgevangen in de eileider. De levensduur van een eicel bedraagt slechts 12 uur binnen deze tijd moet de bevruchting hebben plaatsgevonden. De mannelijke geslachtscellen, de zaadcellen, worden bij de geslachtsgemeenschap in de schede geloosd en moeten dan via de schede en baarmoeder omhoog kruipen tot in de eileider. Om dit stuk dat zo’n 20cm lang is te overbruggen, hebben de zaadcellen een uur nodig. Is de eicel eenmaal bevrucht, dan ondergaat haar wand een verandering, waardoor er geen nieuwe zaadcellen meer kunnen binnendringen.

embryo 300x221 Van eicel tot baby, de ontwikkeling van een ongeboren kindBij de bevruchting gaat het in feite om de versmelting van de kernen van de ei- en zaadcel. In de kernen van alle lichaamscellen bevinden zich 22 paar chromosomen. De geslachtscellen vormen hierop een uitzondering zij hebben van ieder slechts één helft. Door samenvoeging van de chromosomen van ei- en zaadcel krijgt de bevruchte eicel weer 23 paar chromosomen. De chromosomen bevatten het recept voor alle stoffen, cellen, weefsels en organen die in het lichaam opgebouwd worden en dus voor de bouw van het hele individu. Omdat alle lichaamscellen dezelfde chromosomen hebben als de bevruchte eicel, liggen op het moment van de bevruchting ook alle eigenschappen van het nieuwe individu (voor zover deze niet door de omgeving worden bepaald) vast.

Zulke eigenschappen zijn o.a. de kleur van de haren, het geslacht, maar ook minder duidelijk herkenbare als de bloedgroep en de samenstelling van eiwitten (de belangrijkste bouwstenen van de cellen) De bevruchte eicel ondergaat een groot aantal celdelingen, waarbij de cellen zich ontwikkelen tot verschillende weefsels en organen en zo uiteindelijk een compleet organisme ontstaat. Gedurende de eerste twee maanden noemt men de ongeboren vrucht een embryo, daarna een foetus. De embryologie is de wetenschap waarin men de ontwikkeling van de vrucht bestudeert, zowel in het embryonale als in het foetaal stadium.

Klievingsdelingen

De bevruchte eicel deelt zich om te beginnen in twee dochtercellen, die tegen elkaar aan blijven liggen (klievingsdeling). Dan vindt er een tweede klieving plaats. In een richting dwars op die van de eerste. De kiem bestaat nu uit vier cellen. Door herhaalde celdelingen ontstaat tenslotte een klompje cellen dat moerbei (morula) genoemd wordt. De celdelingen gaan door en binnenin ontstaat een met vocht gevulde holte. Men spreekt nu van blastula. De holte is omgeven door een laag cellen, de trofoblast, die op één plaats een verdikking vertoont, de embryoaalknop of embryoblast.

klievingsdeling Van eicel tot baby, de ontwikkeling van een ongeboren kind

De tofoblast gaat een belangrijke rol spelen bij de vorming van de moederkoek en het buitenste vruchtvlies, uit de embryoaalknop ontwikkelt zich het eigenlijke embryo. Door een nieuwe rangschikking van de cellen wordt de embryoaalknop een platte schijf, bestaande uit een dubbele cel laag. De binnenste laag hiervan, het endoderm, vormt de aanleg voor o.a. longen, blaas, hart en darmen. Uit de buitenste cellaag ontstaan twee kiembladen, het ectoderm, waaruit o.a. het zenuwstelsel en de huid ontstaan, en het mesoderm. Dit weefsel zal later de spieren, het bindweefsel en het skelet gaan vormen.

Innesteling

Gedurende de beschreven ontwikkeling word de vrucht getransporteerd van de eileider naar de baarmoeder. Ongeveer zeven  dagen na de bevruchting vindt de innesteling (nidatie) plaats. Dat wil zeggen  dat de vrucht (die dan in het blastula-stadium is) geheel in de slijmvliesbekleding van de baarmoeder komt te liggen. Onder invloed van hormonen uit de eierstok is het slijmvlies hierop voorbereid en kan het de voeding van de vrucht verzorgen tijdens de innesteling. De innesteling wordt dan mogelijk gemaakt doordat op de trofoblast de cellen van de baarmoeder vernietigt. Ook de cellen van de bloedvatwanden in de baarmoeder worden door de trofoblast afgebroken. Zodat het bloed van de moeder in contact komt met de trofoblast. Hiermee is de voeding van de vrucht veilig gesteld.

Lees ook deel 2 over het proces van eicel tot baby, hierin bespreken we onder andere de moederkoek, navelstreng, orgaanontwikkeling